Welzijn

Alle gemeenten zijn al maanden druk in de weer zich voor te bereiden op de overheveling van een aantal taken van het Rijk naar de gemeente. Deze decentralisatie-operatie heeft betrekking op het brede terrein van het sociale leven. Daarmee raakt het de dagelijkse leefsituatie van heel veel mensen.

Een aantal mensen moeten rond komen van een ( te ) laag inkomen.

Poltieke partijen moeten voor hun belang opkomen.

Het gaat om problemen waarmee veel mensen dagelijks te maken hebben, zoals:  

  • Hoe houd of krijg ik werk waarin ik mij zelf kan ontplooien ?
  • Hoe houd of krijg ik een inkomen waarvan ik kan leven ?
  • Hoe houd of krijg ik de zorg die ik nodig heb om fatsoenlijk te kunnen leven ?
  • Op welke inzet van de overheid kan ik rekenen ?

De gemeente neemt die verantwoordelijkheid waar ze kunnen en weigeren taken op zich te nemen, waarvoor ze onvoldoende toegerust zijn.

De gemeente:

Heeft één duidelijk loket, waar burgers voor alle vragen terecht kunnen en waar ze daadwerkelijk geholpen worden.  Faciliteert onafhankelijke cliëntondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van vrijwillige ouderenadviseurs gelieerd aan de ouderenorganisaties. Kent een goede samenhang tussen verschillende (eerstelijns)zorg, informele zorg en welzijnsvoorzieningen. Een centrale rol is weggelegd voor de wijkverpleegkundige. Zet in op programma's die sociaal isolement van ouderen voorkomen en bestrijden. Heeft een lokaal aanbod op het gebied van sociale en geestelijke ondersteuning van kwetsbare ouderen. Biedt ondersteuning aan mantelzorgers, zodat ze niet overbelast worden.


 

 

 

Thuiszorg
 

Nederland telt zo'n 3,5 miljoen mantelzorgers. Allemaal mensen die zorgtaken uitvoeren voor familie of naasten. Een groot aantal mantelzorgers heeft naast deze intensieve zorgverlening ook nog een baan, vaak van 17 uur per week.

Er mag door bezuinigingen niet teveel verantwoordelijkheid worden neergelegd bij familie, vrienden en buren.

De gemeente moet nu beginnen met inventarisatie van problemen om bij de invoering in 2015 van de gewijzigde WMO op tijd te kunnen inspelen op de behoeften van mensen.


 


 



 

 Jeugdwet

Gemeenten en provincies zijn samen verantwoordelijk voor de zorg voor jeugd. Deze verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet op de jeugdzorg (Wjz).

Nieuw jeugdstelsel

Vanaf 2015 wordt de zorg voor jeugd helemaal ondergebracht bij de gemeente. De verantwoordelijkheden van de gemeente zijn vastgelegd in de nieuwe Jeugdwet. Op 18 februari 2014 heeft de Eerste Kamer met deze wet ingestemd.

De Jeugdwet treedt op 1 januari 2015 in werking. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) zorgen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voor ondersteuning van de gemeenten.

Provinciale taken: Wet op de jeugdzorg

De regels voor de jeugdzorg zijn op dit moment vastgelegd in de Wet op de jeugdzorg. Uitgangspunt van de wet is de hulpvraag van kinderen, jongeren en hun ouders en opvoeders. Doel van de wet is een vraaggerichte jeugdzorg. In het kort komt de wet op het volgende neer:

  • Kinderen, jongeren en ouders hebben recht op jeugdzorg.
  • De zorg moet zo dicht mogelijk bij het kind of de jongere worden georganiseerd, zo kort mogelijk duren en zo licht mogelijk zijn. In de praktijk komt het erop neer dat gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen. 
  • Elke provincie krijgt geld van het Rijk. De provincie financiert met dat geld Bureau Jeugdzorg en daarmee de toegang tot de jeugdhulpverlening, geestelijke gezondheidszorg voor de jeugd (jeugd-ggz), jeugdbescherming en jeugdreclassering. 
  • De provincie koopt zorg voor kinderen, jongeren en ouders in bij de jeugdzorginstellingen. 
  • De provincie maakt resultaatgerichte afspraken over de verantwoordelijkheden voor jongeren met problemen.

Gemeentelijke taken: Wet maatschappelijke ondersteuning

Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft een gemeente 5 functies in de ondersteuning van en zorg voor kinderen, jongeren en hun ouders:

  • informatie en advies geven;
  • signaleren van problemen bij opgroeien en opvoeden; 
  • zorgen dat kinderen, jongeren en hun ouders de juiste hulp krijgen; 
  • pedagogische hulp geven; 
  • coördineren van zorg.

Binnen een gemeente kunnen verschillende instanties dit aanbod verzorgen. Meestal gaat dit via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).


 

Vestigingsbeleid bedrijven

Stimuleren bedrijfsleven

Meer ruimte geven aan het bedrijfsleven is juist in tijden van bezuinigingen op de overheid van groot belang. De gemeente heeft minder te besteden, het bedrijfsleven heeft het ook moeilijk, maar zorgt intussen wel voor werkgelegenheid, meer koopkracht, een betere winkelstand, een aantrekkelijker woonklimaat en uiteindelijk ook voor hogere belastinginkomsten. Het is dus belangrijk dat een gemeente aantrekkelijk voor het bedrijfsleven is.

Wij adviseren de gemeente opdrachten te verlenen aan plaatselijke leveranciers. 

Verminder regels en schaf vergunningen zoveel mogelijk af.


 

De ondernemer staat centraal.

Wij verwachten van de gemeente een uitstekende dienstverlening aan de ondernemers. Dat is een benadering waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van de ondernemer.

Hierbij past een aanpak waarbij gezocht wordt naar kansen.....

De gemeente moet een proactieve houding hebben ten opzichte van de ondernemers. Een betrokken en ondernemende houding van ambtenaren is van belang. Toegankelijk en flexibel zijn; meedenken over oplossingen. Bij gemeentelijke aanbestedingen het lokale bedrijfsleven niet vergeten. Gezamenlijk dingen oppakken i.p.v. verdeel en heerspolitiek. Zorgen voor redelijk parkeerbeleid. De gemeente aantrekkelijk maken voor jonge ondernemers. Huisvestingsbeleid kleine bedrijven. Actief bedrijven werven.